Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier

Na een offerteprocedure heeft BMC begin 2010 van het ministerie van BZK de opdracht gekregen voor de evaluatie van de financiële functie van gemeenten en provincies binnen te halen. Voor de uitvoering van de opdracht heeft de RvB van BMC een bijdrage uit het innovatiebudget beschikbaar gesteld, waardoor de evaluatie nog aan diepgang heeft kunnen winnen. De hoofdvragen van het onderzoek waren:
1. In hoeverre zijn de beoogde doelstellingen van de vernieuwde regelgeving (BBV, BAPG, aanpassingen onderdelen Gemeente- en Provinciewet) rond de financiële functie van gemeenten en provincies bereikt?
2. In hoeverre werkt de financiële functie naar behoren in de praktijk?
3. Waar liggen eventuele verbeterpunten?
Door middel van literatuurstudie, een internetenquête (waaraan 368 respondenten hebben meegedaan), interviews bij 18 gemeenten en 2 provincies, discussies in 3 regiobijeenkomsten met in totaal ongeveer 70 deelnemers, is een antwoord geformuleerd op deze vragen.
De breedte en diepgang van het onderzoek maakte het nodig een breed en gevarieerd onderzoeksteam in te zetten, dat BMC kon bieden in de personen van: Harrie Aardema, Herrie Geuzendam, Mark van Dam, Robbert Koldenhof, Gerben Bitterlich, Elma van de Mortel (schaduwadviseur), Ard Schilder (projectleider).
Met dit team konden alle onderzoeksactiviteiten goed worden uitgevoerd en intern diepgaande discussies worden gevoerd over de stand van de financiële functie in gemeenten en provincies, het rijksbeleid en mogelijke verbeteringen. Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden met een door BZK ingestelde begeleidingscommissie, die bestond uit ongeveer 17 vertegenwoordigers van rijk, provincies en gemeenten.
Belangrijkste lessen
De doelstellingen die BZK had met de vernieuwde regelgeving zijn deels bereikt. Wat is gelukt, is dat raads- en statenleden meer betrokken zijn geraakt bij de financiële functie en P&C documenten. Wat maar beperkt is gelukt, is raden en staten echt een kaderstellende en controlerende rol te laten vervullen. Financiën en P&C blijft toch iets voor de specialisten in fracties en zelfs bij hen is het niet altijd makkelijk goed overzicht te hebben in beïnvloedbare ruimte en de financiële positie van de gemeente. Dat is meteen een belangrijk verbeterpunt, wat vooral een opdracht inhoudt voor de combinatie van raden/staten, colleges en ambtelijke organisaties op lokaal niveau.
In de vernieuwde regelgeving is er veel aandacht voor rechtmatigheid gekomen, wat zijn doorwerking heeft gehad op het lokale niveau. Bijna iedereen op dat niveau vindt het belangrijk hiervoor aandacht te hebben, maar er is ook een gevoel dat de combinatie van toegenomen verplichtingen (doelmatigheidsonderzoek, rechtmatigheidonderzoek, rekenkameronderzoek) ertoe heeft geleid dat er een ‘controletoren’ is ontstaan. BMC beveelt uit dit oogpunt aan om in lijn van een eerder voornemen van BZK de verplichting tot doelmatigheidsonderzoek te laten vervallen en op lokaal beter te kijken naar de mogelijkheden om onderzoek te stroomlijnen. De bestaande regelgeving biedt daar ook alle ruimte voor. Een breder punt in dit verband is, dat uit het onderzoek naar boven kwam dat de kennis van bestaande regels beperkt of selectief is op lokaal niveau. Men gaat af op beelden en ‘horen zeggen’ en heeft aanvankelijk soms klakkeloos modellen van VNG, adviseurs e.a. overgenomen. Inmiddels ontstaat daar wel meer maatwerk in.
Bij de invoering van de vernieuwde regelgeving, heeft het rijk op verschillende manieren de implementatie begeleid, door een commissie BBV, een Platform Rechtmatigheid, circulaires, websites, handreikingen en dummybegrotingen. Daar wordt gebruik van gemaakt, maar door het onderzoek is naar boven gekomen dat de informatie over bepaalde regels duidelijker en toegankelijker moet. BMC beveelt aan hier verbetering in aan te brengen in overleg met lokale overheden en de commissie BBV en het Platform Rechtmatigheid samen te voegen, waardoor beschikbare capaciteit gebundeld en meer toegankelijk wordt.
Hoewel er vaak meer ruimte is binnen de bestaande regelgeving voor maatwerk dan men op lokaal niveau beseft, BMC beveelt toch aan een aantal verplichtingen te laten vervallen. Naast het al genoemde doelmatigheidsonderzoek gaat het om de verplichte productenraming en –realisatie en de zogenaamde indemniteitsprocedure (rond rechtmatigheid). Hele grote wijzigingen zijn dit niet, maar hier gaat ook een signaal van uit dat de overheid wil bijdragen aan vermindering van onnodige bureaucratie. Voor de rest kan het bestaande stelsel van regels overeind blijven. Gemeenten en provincies kunnen daar nu ook goed mee uit de voeten. Ingrijpende wijzigingen in de regels zijn dus volgens BMC niet nodig.
Voor de praktijk van de financiële functie is de interactie tussen raden/staten, colleges en ambtelijke organisaties erg belangrijk. Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat waar deze interactie goed verloopt, de kwaliteit van de financiële functie en financiële informatie als beter wordt ervaren en meer mogelijkheden biedt op echte sturing. Zoals gezegd is de belangrijkste opdracht voor de komende periode gelegen in het beter inzichtelijk maken voor raden en staten van de beïnvloedbare ruimte en de financiële positie van de gemeente of provincie. De aanhoudende economische en financiële crisis is wat dit betreft een ‘blessing in disguise’: door het toenemend belang van financiën, neemt de interesse daarvoor toe en worden de eisen die aan de kwaliteit van informatie en interactie worden gesteld hoger.
Klik hier voor het volledige eindrapport
Klik hier voor de begeleidende brief van BZK aan de Tweede Kamer
Vervolgtraject
BZK wil de uitkomsten van het onderzoek breed bekend maken onder de beroepsgroepen en beroepsorganisaties die betrokken zijn bij de financiële functie van gemeenten en provincies -als bijvoorbeeld de Nederlandse vereniging van raadsleden (Raadslid Nu), de Vereniging van Griffiers (VvG), de vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de overheid (Famo), de financieel toezichthouders, de commissie BBV en dergelijke. Inmiddels zijn de hoofdlijnen van de uitkomsten al gepresenteerd door BMC op de voorjaarsbijeenkomst van de Famo en is het eindrapport gepubliceerd op de website van de rijksoverheid. Daarnaast bestaat het voornemen van BZK om met BMC een rondetafel in het najaar te organiseren.
Alle reacties en suggesties worden betrokken bij het kabinetsstandpunt over het rapport. Het is aan het volgende, missionaire, kabinet om dit standpunt op te stellen.
Voor meer informatie over het onderzoek en het vervolgtraject kun je contact opnemen met Ard Schilder, via ardschilder@bmc.nl.
Wilt u meer informatie?
Bel 033 - 496 52 00
of mail naar info@bmc.nl
Klik hier voor het contactformulier